Uitgangspunten CycleTiming

Inleiding

Centrale uitgangspunt in het CycleTimingSystem (CTS) is dat veel financiële markten bewegen in cycli van gemiddeld 20 handelsdagen met een afwijking van + / - 5 handelsdagen. Elke cyclus wordt hierbij gemeten van CycleLow tot CycleLow.

Een complete dagcyclus van (gemiddeld) 20 handelsdagen is in een kleiner timeframe weer onder te verdelen in 4 deelcycli  (+ / - 1). Daarnaast maakt een dagcyclus zelf weer onderdeel uit van grotere cycli in groter timeframes.

Om deze reden is het centrale uitgangspunt - 20 handelsdagen in één dagcyclus - geïnterpoleerd en geëxtrapoleerd naar omliggende timeframes.
Dit leidt tot een viertal cycli van verschillende grootte. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in Super , Grand , Primary en Minor Cycle.
Van belang is nogmaals te benadrukken dat de cyclus van 20 handelsdagen (de Primary) het centrale uitgangspunt vormt.

Highlights:
- één cyclus bestaat (van low tot low) uit gemiddeld 20 koersbars
- één cyclus kent gemiddeld 4 deelcycli

Schematisch:

Op deze weblog worden de Super, Grand, Primary en Minor Cycle in drie verschillende timeframes geregistreerd waarbij in elk timeframe twee cycli zijn vastgelegd. Dit volgens het overzicht hieronder.

De interactie tussen de in deze timeframes geregistreerde cycli is van wezenlijk belang bij het herkennen van de cycli en dan met name van de potentiële CycleLows. Steeds gaat het hierbij om cycli van gemiddeld 20 bars en bestaande uit gemiddeld 4 deelcycli.

Aandachtpunten (deels herhaling):
  • De dagcyclus ( Primary ) is het centrale uitgangspunt.
  • De andere cycli ( Super , Grand en Minor ) zijn hiervan afgeleid.
  • In elk TimeFrame bestaat een cyclus uit gemiddeld 20 koersbars met een afwijking van + / - 5 koersbars.
  • In de Minor komen grotere afwijkingen dan +/- 5 met enige regelmaat voor.
  • Elke cyclus is onder te verdelen in gemiddeld 4 deelcycli met een afwijking van + / - 1.
  • Een cyclus wordt gemeten van CycleLow tot CycleLow.
  • Een cyclus kent meestal één MidCycleLow.
  • Bij het meten van cycli staat het simpel tellen van koersbars centraal.
  • Een CycleLow wordt meestal bevestigd / ondersteund door de volgende indicatoren:
  • - de RSI-tuned(2) in de OverSold-zone (onder de ± 10)
  • - de DS-tuned(5) in de OverSold-zone (onder de ± 10)
  • - de DS-tuned(10) in de OverSold-zone (onder de ± 10)
  • Een MidCycleLow wordt meestal bevestigd / ondersteund door de volgende indicatoren:
  • - de RSI-tuned(2) in de OverSold-zone (onder de ± 10)
  • - de DS-tuned(5) in de OverSold-zone (onder de ± 10)
  • In een bullmarket wordt de high van een cyclus meestal laat in de cyclus geplaatst.
  • In een bearmarket wordt de high van een cyclus meestal vroeg in de cyclus geplaatst.
  • Doorgaans is de start van een cyclus het meest bullish en het einde van een cyclus het meest bearish.

Ondersteunende tools
    In de koersgrafiek:
  • CycleCounter om in verschillende timeframes het verloop van de verschillende cycli te registreren.
  • Timingbalk voor timing van potentiële highs en lows.
  • Colored Candles op basis van een gemodificeerde DeMark-indicator.
  • Signalen op basis van een gemodificeerde Gann-indicator.
  • Channels ten behoeve van de richting van de trend, de volatiliteit en ter beoordeling van OverSold / OverBought situaties.
  • Onderste secties:
  • De RSI-tuned(2) zoals hierboven reeds omschreven.
  • De DSS-tuned(5/10) zoals hierboven reeds omschreven.

Noot 1
In de meeste TA-softwarepakketten zijn de RSI(2) en de DSS(5/10) standaard indicatoren. Op deze weblog wordt van deze indicatoren in een iets gewijzigde versie getoond.
Ondanks dat primair gekeken wordt naar CycleLows en daardoor naar de OverSold-zones in de RSI-tuned(2) en in de DS-tuned(5/10), worden deze indicatoren ook gebruikt om potentiële highs van cycli te detecteren. Hierbij zijn uiteraard de OverBough-zones van belang.

Noot 2
Het is van groot belang CycleTiming niet (alleen) te volgen maar ook zelf actief toe te passen. Slechts dan wordt het samenspel tussen de verschillende cycli / timeframes duidelijk.
Het daar ervaring mee opdoen is essentieel voor het kunnen toepassen van deze tradingtechniek.

Noot 3
CycleTiming is een tradingsysteem. Om met dit systeem te handelen is een strategie noodzakelijk. En goede strategie bestaat doorgaans uit een setup, entry, stop en een exit.
Om de schijn van ‘beleggingsadviezen’ te vermijden wordt in de updates alleen het systeem behandeld.

Noot 4
Walter Bressert is feitelijk de grondlegger van het CycleTimingSystem. Op internet circuleren verschillende interessante pdf-jes van zijn hand.
Michael Ahrens heeft de nodige werken van Bressert vertaald naar het Nederlands. Ook hiervan is het nodige op internet te vinden.